Emotienetwerken
Geschikt voor de eerste en tweede graad secundair
De werkvorm emotienetwerken focust op de gevoelens, herinneringen en meningen die erfgoed kunnen oproepen. Men vertrekt vanuit het idee dat erfgoed subjectief en veranderlijk is. Hierbij kun je aan de slag gaan met erfgoed dat emoties oproept en eventueel controversieel erfgoed, zoals de tradities carnaval en Sinterklaas of monumenten van omstreden figuren.
STap 1
Begrip 'Erfgoed' uitleggen & keuze van het erfgoed
Vooraleer leerlingen kunnen praten over erfgoed moeten ze weten wat het begrip 'erfgoed' inhoudt.
Daarbij moeten ze de drie verschillende vormen van erfgoed kunnen onderscheiden:
-Onroerend erfgoed
-Roerend erfgoed
-Immaterieel erfgoed
Het is belangrijk om als leerkracht goed na te denken welk erfgoed je selecteert voor deze werkvorm. Daarvoor moet je je klasgroep goed kennen.
Voorbeelden:
(Let op: niet per se voor de eerste en tweede graad)
Onroerend erfgoed = Monumenten van Leopold II, gebouwen in de kolonie van 16e-eeuwse kolonisatie zoals kerken
Roerend erfgoed = Foto's van de Holocaust, kunst van de kolonisaties
Immaterieel erfgoed = Tradities zoals carnaval waar soms controversiële praalwagens zijn of Sinterklaas
STap 2
Emotienetwerken:
het positioneren en bespreken van erfgoed
Het gekozen erfgoeditem wordt centraal geplaatst op een schema. De leerlingen moeten zich dan individueel positioneren op een emotie-as aan de hand van volgende dimensies:
I) Sterk vs. mild
II) Onprettig vs. prettig
Vervolgens leggen ze hun keuze uit en noteert de leerkracht de emoties, herinneringen en argumenten die ze benoemen in een visueel emotienetwerk of een mindmap. Zo wordt er zichtbaar hoe erfgoed verschillende verhalen samenbrengt.
De leerkracht neemt tijdens dit gesprek een begeleidende rol op. Het is belangrijk dat die de leerlingen blijft uitdagen om kritisch te denken door vragen te stellen zoals:
-
Waarom roept dit erfgoed die emotie op?
-
Welke herinneringen of ervaringen spelen mee?
-
Voor wie dit erfgoed betekenis?
-
Welke verhalen worden zichtbaar en welke ontbreken?
-
Kan hetzelfde erfgoed tegelijk positief en negatief ervaren worden?
STap 3
Reflecteren
De werkvorm eindigt met een korte reflectie waarin leerlingen noteren wat hen verraste en welke standpunten ze nu beter begrijpen. Het doel is niet om een consensus te begrijpen, maar om inzicht te krijgen in hoe erfgoed verschillende betekenissen en emoties kan oproepen. Zo draagt erfgoed bij aan historisch denken, empathie en burgerschap.
Je kan volgend reflectiedocument downloaden om hiervoor te gebruiken:
Meerstemmigheid & sense of belonging
De werkvorm emotienetwerken zorgt ervoor dat leerlingen leren hoe erfgoed niet enkel over het verleden gaat, maar ook over het heden en hoe samenlevingen omgaan met herinneringen, identiteiten en verschillen. Hierdoor kan de werkvorm bijdragen aan een sterkere sense of belonging door hierover in gesprek te gaan op een respectvolle manier, omdat er sprake is van meerstemmigheid. Iedereen komt aan het woord en verschillende stemmen worden gehoord.
Evaluatiematrix
lesDoelen
De leerlingen onderscheiden de 3 vormen van erfgoed met elkaar, namelijk: onroerend, roerend en immaterieel erfgoed. (08.08)
Aan te koppelen sleutelcompetenties: SC 7, 8
De leerlingen beseffen dat erfgoed subjectief en veranderlijk is en positioneren zich dan op het emotienetwerk. (07.04)
De leerlingen verwoorden hun eigen emoties, herinneringen en meningen over erfgoed op een respectvolle manier en luisteren ook naar anderen zonder hen te proberen overtuigen. (07.04)