Erfgoed in de Canon van Vlaanderen
Geschikt voor de tweede graad secundair
De Canon van Vlaanderen biedt veel mogelijkheden om aan de slag te gaan met erfgoed. Daarom werkten we drie verschillende werkvormen uit rond de canon om het kritisch historisch denken van leerlingen aan te wakkeren. De werkvormen bieden veel ruimte voor meerstemmigheid. De meeste geschikte vensters uit de canon bevinden zich op het niveau van de tweede graad secundair onderwijs.
STap 1
Begrip 'Erfgoed' uitleggen
Vooraleer leerlingen aan de slag kunnen met de canon is het van belang dat ze weten wat het begrip 'erfgoed' inhoudt.
Daarbij moeten ze de drie verschillende vormen van erfgoed kunnen onderscheiden:
-Onroerend erfgoed
-Roerend erfgoed
-Immaterieel erfgoed
Geef een introductieles over de Canon van Vlaanderen. Leg als leerkracht de verschillende vormen van erfgoed uit en laat hun dit ook oefenen.
Oefening: Geef leerlingen een aantal vensters uit de canon waarover ze moeten zeggen of het om onroerend, roerend of immaterieel erfgoed gaat. Dit hoeft niet per se binnen de tijdsperiodes van de tweede graad.
Voorbeelden:
Onroerend erfgoed = Begijnhoven
Roerend erfgoed = Het Mechels koorboek
Immaterieel erfgoed = De wereld in Vlaanderen
Discussieer alvast eens over de Canon van Vlaanderen. Wat vinden leerlingen van deze Canon van Vlaanderen? Is een canon iets dat nodig is? Welk venster sprak hen zelf het meest aan? Dit gaat het voor hun zelf ook gemakkelijker maken om aan de slag te gaan met de canon.
Tip
STap 2
Kies je werkvorm
Werken met de canon kan op verschillende manieren. We geven hieronder drie verschillende opties om aan de slag te gaan met de Canon van Vlaanderen binnen de lespraktijk:
Optie 1: Presentaties
Leerlingen kiezen een venster uit de canon dat ze presenteren. Hiervoor stel je eerst als leerkracht een volgorde op waarin de leerlingen moeten presenteren. Doe dit best in groep, aangezien er niet zo enorm veel vensters zijn per periode.
Laat leerlingen nadenken over volgende vragen en deze presenteren:
-
Wat staat er in het gekozen venster?
-
Wat is de link met de leerstof dit schooljaar? Vertel hoe dit venster past binnen de tijdsperiode die we dit jaar behandelen.
-
Is dit een primaire of een secundaire bron?
-
Is dit onroerend, roerend of immaterieel erfgoed? Waarom?
-
Is de bron eerder objectief of subjectief? Waarom?
-
Vind je dit venster erfgoed-waardig? Waarom wel/niet?
-
Past dit venster binnen de Canon van Vlaanderen? Waarom wel/niet?
Het is sterk aan te raden om de andere leerlingen tijdens de presentaties bezig te houden door hun mee te laten nadenken; Laat hun bijvoorbeeld vragen bedenken die ze moeten stellen. Na de presentaties ontstaat er dan een klasgesprek waaruit moet blijken dat erfgoed iets veranderlijk is en bepaald wordt door publieke opinie.
Optie 2: Een klascanon/ een schoolcanon
In deze werkvorm gaan leerlingen hun eigen canon maken. Iedereen wordt gehoord en moet dus zelf een venster toevoegen aan de canon. Je kan ervoor kiezen om deze canon te behandelen per klas, graad of om een schoolcanon te maken. Dan wordt dit besproken met leerkrachten geschiedenis van andere graden en wordt dit in één boek gegoten.
Alle leerlingen moeten dus een venster bedenken. Geef hun hiervoor voldoende handvaten en begin hieraan in de les na de uitleg van de opdracht. Zo kunnen leerlingen in de klas al beginnen aan hun venster en nog vragen stellen.
Wat moet er aanwezig zijn in het venster?
-
Titel en inhoud over het gekozen erfgoedonderwerp
-
Situering in tijd, ruimte en domein
-
Wat voor soort erfgoed is het gekozen onderwerp? Onroerend, roerend of immaterieel erfgoed?
-
Goede argumentatie waarom het gekozen onderwerp in de canon moet. Waarom is het onderwerp belangrijk in het verleden, heden en de toekomst?
-
Een afbeelding van het gekozen erfgoeditem.
Laat hun eerst hun gekozen onderwerp indienen, zodat er geen overlappingen zijn.
Optie 3: De Canon van Vlaanderen aanpassen (?)
Hierbij denken leerlingen kritisch na over de Canon van Vlaanderen. Ze kiezen ervoor om een venster te schrappen en te vervangen of om een venster toe te voegen.
Je start dus als leerkracht sowieso met de Canon uitgebreid binnen de klas te bespreken. Laat leerlingen dus zeker discussiëren als je kiest voor deze werkvorm. Ze moeten al in klascontext aan kritische reflectie doen over erfgoed.
Alle leerlingen moeten dus, net zoals bij de school-of klascanon, een venster bedenken. Het verschil zit erin dat ze hierbij de canon aanpassen in plaats van een volledig nieuwe canon te bedenken. Ze moeten ook nadenken binnen welke tijdsperiodes er misschien onvoldoende erfgoed is binnen de Canon van Vlaanderen. De criteria van de vensters zijn hetzelfde als bij optie 2.
Het is vooral cruciaal dat leerlingen hierbij goed beargumenteren waarom ze iets vervangen of toevoegen.
Het is van belang om er voor te zorgen dat alle stemmen aan bod komen in zowel de canon als in je klas. Door deze werkvormen, zeker optie 2 en 3, wordt het erfgoed steeds meerstemmige. Moedig leerlingen hiertoe ook aan om ervoor te zorgen dat zij zich kunnen herkennen in de vensters en dat hun canon een representatie is van hun geschiedenis. Als je een diverse klas hebt is het heel nuttig om hierover eens te praten vooraleer ze individueel aan de slag gaan.
Vraag dan eens:
"Vind je dat er voldoende diversiteit aanwezig is in de canon?"
"Wie mist er in de canon die er nu niet inzit? Denk je dat dit om politieke redenen is?"
"Wie hoort er absoluut niet thuis in de canon? Waarom?"
"Wat is er al goed aan de canon? Wat kan er beter?"
"Moeten er ook controversiële onderwerpen staan in de canon?"
Denk aan: Meerstemmigheid & sense of belonging
STap 3
reflectie & evaluatie
Om de leerlingen hierop te evalueren stellen we voor om voor om echt bij elke optie duidelijke criteria op te stellen en ontworpen we voor elke optie een aparte evaluatiematrix.
Evaluatiematrix: optie 1
Evaluatiematrix: optie 2
Evaluatiematrix: optie 3
lesDoelen
Aan te koppelen sleutelcompetenties: SC 7, 8, 16
De leerlingen onderscheiden de 3 vormen van erfgoed met elkaar, namelijk: onroerend, roerend en immaterieel erfgoed en kunnen het venster ook correct categoriseren. (08.08)
Algemeen:
De leerlingen reflecteren kritisch over de canonisering van erfgoed door erover op een respectvolle manier in gesprek te gaan om ervoor te zorgen dat erfgoed zo meerstemmig mogelijk wordt. (07.02, 07.03, 07.04, 08.08)
Optie 1: Presentaties
De leerlingen presenteren het gekozen venster uit de canon en situeren het in tijd, ruimte en domein. Ook leggen ze de link met de leerstof en beargumenteren ze waarom het gekozen venster wel/niet past binnen de Canon van Vlaanderen. (08.01, 08.05, 08.09)
De leerlingen luisteren actief naar elkaars presentatie en bedenken hierbij kritische vragen die ze opschrijven en gaan erna in gespre op een constructieve wijze (ze geven dus peer-feedback). (07.02, 07.04)
Optie 2: Een klascanon/ een schoolcanon
De leerlingen stellen een eigen venster op met correcte situering in tijd, ruimte en domein en onderbouwen het belang ervan voor verleden, heden en toekomst. (08.01, 08.05, 16.01, 16.02, 16.03)
De leerlingen beargumenteren waarom hun gekozen erfgoed een plaats verdient in de klas- of schoolcanon en gaan hierover in respectvolle dialoog met medeleerlingen. (07.02, 07.03, 16.02)
Optie 3: De Canon van Vlaanderen aanpassen (?)
De leerlingen onderbouwen kritisch waarom een venster uit de Canon van Vlaanderen vervangen of aangevuld moet worden, rekening houdend met diversiteit en meerstemmigheid. (07.03, 08.09, 16.02)
De leerlingen stellen een nieuw of aangepast venster op met een correcte situering in tijd, ruimte en domein, en verantwoorden hun keuze schriftelijk. (08.01, 08.05, 16.01)